De eerste meel- en broodfabriek in Nederland

Van Techniek in Nederland

Ga naar: navigatie, zoek

In 1851 vertrok de Amsterdamse arts Samuel Sarphati naar Londen. Daar werd voor de eerste maal in de geschiedenis een Wereldtentoonstelling gehouden. Van heinde en verre was het publiek toegestroomd. Nog nimmer had men zoveel wonderen van techniek kunnen aanschouwen. Alleen al het tentoonstellingsgebouw was een staaltje van imponerend technisch vernuft. Het gebouw was in minder dan een jaar opgetrokken uit ijzer en glas en was zo transparant, dat het terecht de naam ‘Crystal Palace’ kreeg. Vele landen waren vertegenwoordigd, maar het was vooral Engeland, dat de wereld liet zien waarom het de leidende natie in de wereld was. Het land had zijn gehele economische macht en technische creativiteit uitgestald.


Nederland had op die tentoonstelling weinig te melden. De presentatie stak schriel af tegen de bijdragen van andere landen. De Nederlandse pers sprak er schande van. De secretaris van de commissie die de presentatie had voorbereid schaamde zich zo diep, dat hij in zijn Londense pensionkamer zelfmoord pleegde. Sarphati liep de Nederlandse stand snel voorbij en liet zich totaal overdonderen door al die robuuste, buitenlandse machines. Zijn leven stond in dienst van de vooruitgang van Nederland en hier zag hij met eigen ogen waaruit de vooruitgang bestond..


Na terugkomst richtte hij met enkele goede bekenden, die ook in Londen waren geweest, de ‘Vereeniging voor Volksvlijt’ op. Het doel was de vaderlandse nijverheid te stimuleren en de volkswelvaart te verhogen. Op een van de vergaderingen nam Sarphati het initiatief tot de oprichting van een meel- en broodfabriek. Het doel was om goed en goedkoop brood op de markt te brengen en daarmee de omvangrijke armoede te bestrijden. Amsterdamse filantropen en industriëlen vonden elkaar in de nieuwe vennootschap. In 1857 zou de eerste meel- en broodfabriek in Nederland van start gaan. Door deze en andere projecten klom Sarphati vanuit een onbetekenend Portugees-Joods gezin op naar de maatschappelijke top van de hoofdstad. Amsterdam eert Sarphati nog steeds met een Sarphatistraat, een Sarphatiplein en een Sarphatipark met een imposant borstbeeld.

Het Amsterdamse voorbeeld vond snel navolging. Acht jaar later, in 1865, waren er reeds tien meelfabrieken en elf meel- en broodfabrieken in Nederland. De sector was dus ‘booming business’. Vanwaar deze plotselinge hausse? Was Sarphati de eerste Nederlander die kennismaakte met de industriële bereiding van meel en brood? Dat lijkt een grove onderschatting van de ondernemers in die tijd. Velen reisden de wereld rond en hadden in Frankrijk, Engeland, Amerika en diverse andere landen dergelijke fabrieken zien staan.

Met name graanhandelaars hadden er een bijzondere belangstelling voor getoond, maar geen gebruikgemaakt van deze kennis. Deze situatie was des te merkwaardiger, daar de meel- en broodfabriek als innovatie al ongeveer een eeuw oud was. De oorsprong van het idee lag in Parijs in 1760. Hoe was het mogelijk, dat Nederlandse fabrikanten dat idee pas na zo’n lange periode oppakten?